Blog #2

TAAL-CU-RI-O-SI-TEIT: 'Kabinet'

 

En ineens valt mijn oog op het woord ‘kabinet’. Een woord dat we bijna dagelijks lezen in de krant, horen op tv en radio, of zelf gebruiken. Meestal in de betekenis van ‘alle ministers en staatssecretarissen samen’. Maar nemen we een duik in de historie, dan zien we daar in de ‘schoone’ spelling van 1858 tevens de definitie van een schijnbaar weinig geliefde kast:

“Een ouderwetsch stuk huisraad, eene hooge, breed ladekas”. Maar ook daar houdt het niet op. Want in de jaren erna zien we het woord kabinet ook in de betekenis van ‘werkkamer, geheim vertrek, en zaal of galerij waarin een particuliere verzameling van zeldzaamheden wordt vertoond’.

 

Ik kan er niets aan doen, maar hier gaan mijn taalradertjes toch echt razendsnel aan de haal met mijn fantasie. Want hoe is het nu toch zo gekomen, dat een ordinaire kast - al dan niet via een betrekking als meubelstuk in een geheim vertrek - weet uit te groeien tot de naamgever voor een verzameling van zeldzaamheden en zélfs voor het orgaan van ministers en staatssecretarissen?!

 

Misschien zo...?

 

Er was eens een kast. Niks geen mooie of zelfs maar bijzondere kast. Nee, gewoon een ouderwetse kast. Hij was hoog en breed en had laden. Dat wel. Maar verder kon het ding niemand echt bekoren. Het had zijn beste tijd gehad. Sterker nog: het was in de meeste huizen en kastelen maar een sta in de weg. “Wat zullen we met dat lompe stuk huisraad doen?” vroeg op een dag een ijverige huisknecht in Holland. “Zet het maar in dat achterkamertje, achteraan in de donkere gang. Daar heeft niemand er last van,” suggereerde de meid. En zo geschiedde.

 

Wat de knecht en de meid niet wisten, was dat hun landheer en zijn illustere, maar machtige vrienden die avond een bijeenkomst hadden gepland in diezelfde achterkamer. Zij wilden daar in het geheim namelijk regels en wetten gaan bedenken waaraan hun pachters en onderdanen zich moesten gaan houden. Om orde en rust in de regio te brengen, maar vooral ook om hun geldbuidels te vullen met belastinggelden. En het werd een vruchtbare avond! Een flinke perkamentrol vol voorgenomen leefregels en betaalverplichtingen werd in het grootste geheim volgepend en verzegeld. De gebruikte ganzenveer, inkt, was en zegels werden in het kabinet achter slot en grendel bewaard. Alleen toegankelijk voor leden van dit geheime genootschap, dat zichzelf na deze eerste bijeenkomst met een knipoog naar het aftandse meubelstuk tot ‘Het Kabinet’ had gedoopt.

 

De jaren gingen voorbij en het voorheen zo luchtig beheerde, maar nu strak georganiseerde ministaatje groeide uit tot het Koninkrijk der Nederlanden. De allereerste regels van de perkamentrol evolueerden naar wat later de Grondwet zou gaan heten, collega-bestuurders werden aangetrokken om met de uitvoering van de wetten te helpen en de leden van Het Kabinet verhuisden van het achterkamertje naar twee meer toegankelijke Kamers.

 

En de ooit zo belangrijke ladenkast? Die werd afgedankt achtergelaten in het achterkamertje, waar hij pas vele jaren later werd gevonden door nieuwe bewoners van het landgoed. Toen het hen eindelijk lukte om de inhoud ervan te ontsluiten, wist men niet wat ervan te denken. Ze vonden het maar een bonte verzameling van curiosa. Rariteiten zelfs... Toen zij echter hoorden welke historie er achter dit wonderlijke kabinet schuilging, hebben zij het object liefdevol gerestaureerd en trots tentoongesteld in hun eigen kunstgalerijtje. Iedereen was welkom om de kast en zijn inhoud te komen bezichtigen. Over de naam van deze kleine privé verzameling hoefden zij overigens niet lang te denken: Het Rariteitenkabinet...

 

En weet je...? Nu ik er zo eens over nadenk, ligt dat woord qua betekenis soms niet eens zo ver van het kabinet af dat wij dagelijks in de media tegenkomen...  ;-)